www.wereldpeer.nl

De wereld is een peer

Archive for juli 2007


Death Proof

ArdennenNa mijn werk ging ik nog even boodschappen doen. Dat doe ik wel vaker op dinsdagmiddag, want dan hoeft dat niet op onze gezamenlijke vrije woensdag.
De boodschappen doe ik meestal in een nabijgelegen winkelcentrum. Op weg daarheen kom ik altijd langs een ziekenhuis. Deze keer gebeurde er iets, waardoor mijn fantasie op hol sloeg. Bij het ziekenhuis wilde een lijkwagen met hoge snelheid de weg op rijden. Pas op laatste moment zag de bestuurder dat er verkeer aan kwam en trapte hij vol op de rem.
In mijn hoofd speelden zich al diverse slechte filmscenario’s af. In de nieuwste ‘Tarantino’ was ik met mijn auto vol in de flank van die wagen gereden. De bestuurder had door de klap het loodje gelegd en met nog meer pech ikzelf ook. Dan hadden er maar liefst drie lijkwagens moeten aanrukken om alle rommel op te ruimen.
Als het ongeluk zich in een ‘Romero’ had afgespeeld, was de kist door de opengerukte achterklep van de wagen op het wegdek beland. Natuurlijk was het deksel door de klap weggeslingerd en lag de overledene op straat. Ook geen fraai plaatje.
Maar wat ik me afvraag, is waarom de chauffeur zo’n haast had? Als iemand het rustig aan kan doen, is het wel de bestuurder van een lijkwagen. Als hij zijn lading nog moest ophalen, maakten die paar minuten ook niet meer uit. Als hij de kist al bij zich had, was hij misschien was hij bang dat de overledene te laat kwam voor zijn eigen uitvaart. Nobel, maar niet zo slim.

Busy Bodies

ArdennenNormaal gesproken kijk ik altijd erg uit naar mijn vakantie. Deze keer heb ik er toch een beetje dubbele gevoelens bij. Het dreigen erg drukke weken te worden.
Ik zal beginnen met de leuke dingen. Komend weekend ga ik met vrienden naar het folkfestival in het Vlaamse Dranouter met optredens van onder anderen The Levellers en Sinead O’Connor. Niet de minste namen dus. Een week later volgt Folkwoods hier in Eindhoven met Gerard van Maasakkers en de Folkaholics. Volgens Johan Verschuuren, onze weergod, wordt het nu eindelijk mooi, dus dat komt helemaal goed.
Maar de komende weken staat ook nog een zwaardere klus op het programma. Half augustus wordt onze achtertuin aangelegd, maar voordat het zover is, moet er nog veel gebeuren. Eerst moet het laatste zand uit de bloembak worden geschept en daarna moeten de gemetselde muurtjes worden afgebroken. Het overbodige zand en het puin moeten vervolgens naar de afvalstort worden gebracht. Daarvoor krijg ik een auto met aanhanger te leen, wat wel spannend is doordat ik nog nooit met een aanhanger heb gereden.
De week daarna worden hier zand, stenen en andere bouwmaterialen afgeleverd. Voordat we de tuin kunnen gaan aanleggen moet alles naar de juiste plek worden verkruid. En het hoogtepunt vormen de vrijdag en zaterdag waarop onze Zentuin zijn vorm krijgt. Ook dan zal er nog wel het nodige gesjouwd moeten worden.
Ik kan vertellen dat ik er best wel tegen op zie, maar ik ga er vanuit dat na de ‘zure appel’ het resultaat er mag wezen. Over drie weken begint de zomer pas echt.

Gone in Sixty Seconds II

ArdennenAls je iets van je man krijgt, ben je daar erg zuinig op. Je zou niet willen dat je het binnen een paar weken alweer verliest.
Begin deze maand kreeg ik tijdens onze korte vakantie in de Ardennen van Anton een hangertje van een ammoniet. Die had hij gekocht in een stenenwinkeltje in Durbuy. Ammonieten zijn zeedieren die honderden miljoenen jaren leefden. Ze hadden een soort slakkenhuis. Deze spiraalvormige schelpen worden tegenwoordig vaak als fossiel teruggevonden. Mijn ammoniet was mooi glanzend met bij de juiste lichtinval hier en daar een gouden schittering. Een prachtig sieraad dus en ik droeg hem dan ook aan een leren koordje om mijn hals.
Vrijdagavond toen ik Anton op zijn werk ging ophalen, had ik hem nog. Toen ik gistermorgen wakker werd, was hij verdwenen. Dat was een te lange afstand om helemaal na te lopen. Wel keek ik nog of ik hem niet tijdens mijn slaap was kwijtgeraakt, maar in ons bed kon ik mijn hanger nergens vinden.
Toen ik mijn man gisteravond opnieuw op zijn werk ging ophalen besloot ik een andere steen aan mijn koordje te doen. Deze keer een mookaiet, een soort jaspis genoemd naar zijn vindplaats, Mooka het westen van Australië. Ook ooit gekregen van Anton omdat deze steen goed is voor de concentratie. Toen ik hem vertelde dat ik de ammoniet was verloren, verwachtte ik dat hij toch wel een beetje teleurgesteld zou zijn. Maar dat viel mee: “Als je een steen kwijtraakt, heb je hem kennelijk niet meer nodig.” Blijkbaar kan ik meer hulp gebruiken bij mijn concentratie.

It’s The Real Thing

ArdennenZo liep ik laatst door de binnenstad toen ik op een bankje een zwerver zag zitten die een blikje cola aan het drinken was. Wat klopt er niet in dit plaatje?
Er zijn verschillende mogelijkheden. Misschien zat er geen cola, maar bier of wijn in het blikje. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een landloper heb gezien met frisdrank. Meestal hebben ze een halveliterblik bier van de Aldi of de Lidl bij zich, want dat spul geven ze daar bijna weg.
Misschien was de betrokken man helemaal geen vagebond, maar zorgde hij gewoon niet zo goed voor zichzelf. Wellicht was het al maanden geleden dat hij een bezoek aan de kapper had gebracht en mogelijk werkte zijn scheerapparaat niet meer. Misschien was hij tijdens het winkelen moe geworden of had hij dorst gekregen en besloot hij even op een bankje een blik cola te drinken. Dat kan ook.
Een andere mogelijkheid is dat het plaatje wel klopte. Wellicht betrof het een dakloze die niet aan alcohol verslaafd was, maar zijn dorst pleegde te lessen met frisdrank, in dit geval cola. Misschien had hij zijn huis en haard vergokt in het plaatselijke Holland Casino en was hij daardoor gedwongen zijn dag op straat door te brengen.
Erg ingewikkeld allemaal hoor. Lastig als de mensen die je tegenkomt niet willen meewerken aan je verwachtingspatroon. Volgens mijn vooroordelen hoort een zwerver op een bankje bier te drinken en dan komt het niet van pas dat zo’n clochard aan mijn clichés gaat morrelen.

U Turn

ArdennenIk had mijn denkbeeldige messen al geslepen en was helemaal klaar voor een overdrachtelijk gevecht met de baliemedewerker van de Praxis. Je recht krijg je tegenwoordig niet, dat eis je.
Nu we een klein jaar in ons rijtjeshuis wonen, begint de eerste slijtage al op te treden. Dat de verf ondertussen alweer loslaat van de trapleuning accepteren we. Hadden we die maar niet bij de Hema moeten kopen.
Een ander verhaal is het schakelmateriaal. Dat kochten we destijds bij de dure bouwmarkt en dan verwacht je wel enige kwaliteit. De aanschaf van alle stopcontacten, schakelaars en toebehoren liep in de talloze honderden euro’s. Een dimmer kostte alleen al 25 euro. En laat nou juist dat de zwakke plek in onze elektra zijn.
Een dimmer heeft een draaiknop waarmee je het licht naar eigen wens kunt doseren. Na een tijdje begon die knop te wiebelen en vorige week brak het ding helemaal af. Maar dat accepteren we natuurlijk niet, want je mag toch wel een duurzaamheid van iets langer dan een jaar verwachten.
Dus ging ik zaterdag met draaiknop en aankoopbon naar de Praxis: “Ik eis een nieuwe draaiknop!” Gelukkig hoef je daar nooit moeilijk te doen. De baliemedewerker zou informeren bij de leverancier en maandag zou hij me bellen voor de uitkomst. Gisteren had ik nog niets gehoord. Ik opnieuw naar de bouwmarkt, met mijn spreekwoordelijke messen: “Ik eis het hoofd van de baliemedewerker!” Ook dat bleek niet nodig. De draaiknop lag al klaar. “Maar bewaar wel het bonnetje, want je weet maar nooit.”

My Best Friend’s Wedding

ArdennenIedereen heeft dat wel eens. Dat je een kaartje in de bus krijgt en dat je geen idee hebt wie de afzender is. Er staan wel namen onder, maar wie zijn dat in godsnaam?
Veel schandelijker is wat mij deze week overkwam. Laat ik beginnen met te vertellen dat ik niet zo heel erg dik ben met mijn familie. Zowel mijn vader als mijn moeder had negen broers en zussen. Zo ging dat destijds in goede katholieke gezinnen. Omdat ze bijna allemaal getrouwd waren, had ik 34 ooms en tantes. Het aantal neven en nichten was een veelvoud daarvan. Moeilijk bij te houden dus.
Toen er deze week een trouwkaart op de mat viel, deden de namen niet meteen een belletje rinkelen. Om het extra ingewikkeld te maken had de bruidegom dezelfde achternaam als mijn vader en de bruid de achternaam van mijn moeder. Ze trouwen voor de wet in het dorp waar mijn vader geboren is en voor de kerk in het geboortedorp van mijn moeder. Het is dus niet bij voorbaat duidelijk welke verloofde familie is en wie familie wordt. Misschien trouwt er wel een neef van de ene kant met een nicht van de andere kant. Verwarring alom.
“Bent u verhinderd, laat het ons dan tijdig weten”, zo stond er in de kaart. Omdat de uitnodiging voor de receptie alleen aan mij gericht was, neem ik aan dat ze niet weten dat Anton en ik anderhalf jaar geleden getrouwd zijn. Ze zullen dus wel niet op ons feest geweest zijn en ik geloof niet dat zij zich afgemeld hebben.

Miracle on 34th Street

ArdennenOns woensdagelijkse uitje was vandaag opnieuw een bedevaart. Als verrassing reed ik met mijn man naar Kevelaer, vlak over de Duitse grens.
In de zeventiende eeuw, toen het stadje nog bij Nederland hoorde, verscheen Maria daar aan een marskramer. De Heilige Maagd droeg hem drie keer op een kapel voor haar te bouwen. Toen de venter haar gezeur zat was, gaf hij gehoor aan haar oproep. Al snel reisden pelgrims af en aan en werden er geregeld genezingen gemeld, waarvan een deel door de kerk officieel tot wonderen werden uitgeroepen.
Sindsdien verrezen er in Kevelaer een kerk en een basiliek, op de voet gevolgd door allerlei toeristenwinkeltjes met veel kaarsen, kerststallen, heiligenbeelden en andere godsdienstige prullaria.
Geen betere plek dus om religieuze kitsch te scoren. Voor mijn man kocht ik een armbandje met tien afbeeldingen van Jezus en Maria. Zo leuk dat ik besloot er voor mezelf ook maar één te nemen. Anton kocht voor zichzelf een sleutelhanger met een engeltje eraan en ik kreeg van hem twee beeldjes voor in onze engelenvitrine. De bijzondere krachten bleken al toen ik ze in de kast wilde zetten en er één op de grond liet vallen. Er waren namelijk helemaal geen stukjes afgebroken. Een wonder op zich.
Het grootste wonder gebeurde echter toen Anton in de straten van Kevelaer een korstje op zijn hand openkrabde. Zo had hij zijn eigen stigmata. Het is dat ik al in mijn man geloof, anders had ik vandaag het licht gezien.

Super Size Me

ArdennenGeen pret zoals voorpret. Daarom was het weliswaar jammer dat ik gisteren niet naar de Tilburgse Roze Maandag kon, maar het overleg over de komende festivals verzachtte de pijn enigszins.
De bezoeken aan het Vlaamse folkfestival Dranouter en aan Folkwoods, dit jaar weer terug in Eindhoven, zijn ondertussen een jaarlijkse traditie geworden. Toch komen we vooraf steeds bijeen om met elkaar te bespreken wat er nog geregeld moet worden. Moet er een partytent aangeschaft worden, zijn er genoeg klapstoeltjes en wie doet de boodschappen? Dat soort vragen.
Eigenlijk is het allemaal gesneden koek. Het boodschappenlijstje ziet er ieder jaar vrijwel het zelfde uit. Als ontbijt eten we vooral krentenbollen want die blijven lang lekker. Naast enkele kratten bier moet er ook veel Spa Blauw gekocht worden want dat is handig voor het tandenpoetsen.
De traditie van de Knaks gaat terug tot de jaren stilletjes. Al toen we ieder jaar nog naar Denemarken afreisden voor het Roskilde Festival namen we hele trays met de koning van de knakworsten mee. ’s Morgens op brood en ’s avonds uit de hand met wat curry of mayonaise. Zowel warm als koud goed te eten.
En dan is er nog de Hot Shot. Geen festival is compleet zonder dit brouwsel. Een Scandinavische uitvinding die wij naar Nederland haalden. Begin met de goedkoopste wodka die je kunt vinden, want die proef je toch niet meer nadat je er twee zakjes Turkish Pepper, salmiaksnoepjes met peper, in hebt opgelost. Lekker heet, want festivalnachten willen nog wel eens koud zijn.

Mini Me

MinimeetingTilburg heeft Roze Maandag, Nijmegen heeft zijn Roze Woensdag en Bergen op Zoom had dit jaar Roze Zaterdag. Gisteren werd in Arnhem op bescheiden wijze de basis gelegd voor een eigen Roze Zondag.
Van de aanwezigen op de weblogmeeting van Bw14 en zijn Billy had 85,71 procent dezelfde lievelingskleur. Uit het hele land kwamen homobloggers Weblogsteve, Rozebeer, Selçuk en Wereldpeer zelf naar de Gelderse hoofdstad. De overige 14,29 procent werd gevormd door fotograaf Roodpetje die de bijeenkomst op de gevoelige plaat vastlegde.
Zoals het hoort speelde de middag zich af rond een tafel die rijk gevuld was met heerlijke spijzen en dranken. Er werd volop gekletst over het leven als weblogger en over meer aardse zaken. Daarbij zijn de nodige heilige huisjes gesneuveld. Zo bleken veel aanwezigen tegen de vooroordelen in enthousiast sportliefhebber en niet eens vanwege de strakke broekjes en de indrukwekkende spieren. Nee, er werd gesproken over de ‘heroïek’ van de Tour de France en uitzondering Roodpetje hield van Formule I vanwege ‘de techniek erachter’.
Gelukkig hoefden we ons niet de hele meeting als mannen te gedragen, maar was er ook ruimte voor een spelletje. Bw14 en Billy hadden twintig cadeautjes ingepakt met als lokkertje een dvd met homoporno. Uiteindelijk reisde ik huiswaarts met een boek over antiek, een dvd over de Volkswagen Kever en een tegoedbon voor zes biologische eieren. Maar het leukst was nog de cd met drie liedjes van Willemwiebe, die vorig jaar de muziek verzorgde. Dit jaar was hij kennelijk bang voor overexposure, want binnenkort is hij ook al te bewonderen bij de buren.

Tilsammans

ArdennenTegen de tijd dat ik dit stukje publiceer op het wereldwijde web, verblijf ik in Arnhem waar op dat moment een kleine weblogmeeting wordt gehouden.
Eigenlijk houd ik helemaal niet van dat soort bijeenkomsten. De vijftig bloggers die ik bijna dagelijks volg, moeten vooral virtueel blijven. Ik hoef niet te weten dat Brillie echt bestaat. Ik houd vast aan de illusie dat Renésmurf bedacht is door een groep enthousiastelingen à la Geen Stijl.
Webloggers hebben buiten hun stukjes op het internet ook helemaal niets te melden. Zet twee van hen tegenover elkaar en er valt onvermijdelijk een pijnlijke stilte. Ze hebben immers minimaal 24 uur bedenktijd nodig om met iets zinnigs op de proppen te komen.
Zelf gebruik ik mijn anonimiteit om een zorgvuldig opgebouwd imago in stand te houden. Niemand hoeft te weten dat ik ook maar een mens van vlees en bloed ben. Dat ik door mijn gebroken sleutelbeen voor het leven getekend ben. Dat ik maandenlang verminkt ben door een ontsierende bult op de onderkant van mijn kin. Dat ik sinds onze vakantie in de Ardennen vier kilo ben aangekomen en daardoor een buikje heb gekregen. Dat soort onthullingen helpt alleen maar een droom aan diggelen.
De sessie van vandaag vormt een zeldzame uitzondering. Niet alleen omdat het de enige weblogmeeting is waarvoor ik gevraagd word, maar ook omdat ik weet dat de jubilerende Bw14, vijf jaar alweer, de deelnemers met grote precisie balloteert. Gelukkig is het gezwel onder mijn kin bijna verdwenen. De werkelijkheid moet niet al te ontluisterend zijn.

Wir Kinder vom Bahnhof Zoo

ArdennenNa mijn actie in het kader van de buurtpreventie heb ik nog geen agenten in onze straat mogen signaleren en misschien is dat maar goed ook.
Enkele dagen geleden meende ik als verantwoordelijk buurtbewoner de politie te moeten waarschuwen omdat zwervers slaapplekken hadden ingericht in de plantsoenen rond het schoolgebouw aan de overkant van de straat. De werkelijke toedracht ligt wellicht net even anders.
Sinds een tijdje wordt er hard gewerkt om van de voormalige school een kunst- en theaterwerkplaats te maken. Dat is een hele klus, want het pand was tijdens zijn leegstand door vandalisme en plunderingen behoorlijk vervallen geraakt. Iedere dag zijn er nu mensen aan het klussen en geregeld brengen zij ook kinderen mee die in de oude school en het omliggende groen een perfect speelterrein zien.
En zo werd ik dus toch weer aan het twijfelen gebracht. Toen ik de kinderen in het plantsoen zag spelen, besefte ik dat het wellicht hun manier van hutten bouwen was. Dat deden wij vroeger ook. In gedachten zag ik al hoe de politie na mijn telefoontje uitrukte en hun bouwsels met de grond gelijk maakte. De huilende kinderen werden in de boeien geslagen en afgevoerd en dat was allemaal mijn schuld.
Maar daarna besefte ik dat er net zo goed wel zwervers geslapen konden hebben en dat mijn telefoontje de spelende kunstenaarskinderen mogelijk had gered van rondslingerende heroïnespuiten. Ik ben er dus nog niet uit of ik een bruut of een held ben geweest. Voor mijn gemoedsrust ga ik maar uit van het laatste.

Gouttes d’eau sur pierres brûlantes

ArdennenZo af en toe wil ik laten zien dat het ook nog anders kan. In deze verhardende maatschappij probeer ik soms een baken van hoffelijkheid te zijn.
Zo fietste ik naar de bioscoop toen vlak voor mij een vrouw uit een auto stapte. Ik zag dat ze wat liet vallen. De Eindhovenaren kennende, ging ik er meteen vanuit dat het een leeg pakje sigaretten of een opgefrommelde parkeerbon was. Zo nonchalant mogelijk liep ze weg.
Toch maar even kijken wat ze zo achteloos op straat dropte. Toen ik de geparkeerde auto passeerde, zag ik dat het een briefje van tien euro was. Terwijl ik haar voorbijreed, zei ik tegen de vrouw: “Je liet net een tientje vallen.” Ik verwachte niet direct dat ze met betraande ogen in mijn armen zou vallen, maar haar reactie vond ik wel erg koeltjes: “O.” Meer kon er niet vanaf. “O.” Vermoeid draaide ze om en ze liep terug naar haar wagen. Alsof ze liever gehad had dat ik niets gezegd had. “O.”
Ze hoefde echt geen bos bloemen voor me te kopen. Ze hoefde ook geen verzoekplaat aan te vragen bij de lokale omroep. Maar iets meer dan “O” had toch wel gemogen. “Dankjewel”, hoort tegenwoordig kennelijk niet meer bij de woordenschat van mijn stadsgenoten. De meesten komen niet veel verder dan “Huh?”, “Wa?” en “O.”
Wat heb je nou geleerd, spelende vrouw? Nou, ik heb geleerd dat ik de volgende keer dat tientje gewoon moet oprapen en moet houden. Da’s toch bijna twee zakken hondenbrokken. En Appie is tenminste wel dankbaar.

Swiebertje

ArdennenZo schrijf je nog dat het met de buurt de goede kant op gaat. Zo hang je aan de telefoon om de politie te wijzen op nieuwe misstanden.
Ik had gehoopt dat het probleem met zwervers zich vanzelf zou oplossen door de nieuwe bestemming voor het schoolgebouw aan de overkant van de straat. Vorig jaar stuitte ik bij het uitlaten van de hond nog enkele keren op slapende daklozen bij het pand. Zo’n lege keet is vragen om problemen.
Al snel bleek dat ik iets te optimistisch was. Tijdens mijn dagelijkse ronde met Appie zag ik dat in het struikgewas twee slaapplekken waren ingericht. Bij deze aangename temperaturen zoeken de zwervers hun opvang in de openlucht. Met een dekentje en een zeiltje tegen de regen zingen ze de zomer wel uit. Toch heb ik weinig behoefte om tijdens de nachtelijke ronde met onze Franse bulldog ineens oog in oog met een drugsverslaafde of voormalige psychiatrische patiënt te staan. Je weet immers niet waar ze toe in staat zijn.
Daarom besloot ik de politie te bellen en ze te vertellen wat ik aangetroffen had. Ik kreeg een agente aan de lijn en deed mijn verhaal. Ze noteerde wat ik te melden had en vroeg om mijn naam en telefoonnummer. Toch leek ze niet al te zeer onder de indruk. Misschien had ze slecht geslapen of zat haar dienst er bijna op. Ik moet nog maar zien of er ingegrepen wordt. Misschien horen slapende zwervers tegenwoordig bij het straatbeeld in een rustige Eindhovense buurt.

Optimisticheskaya tragediya

ArdennenOns woensdagelijkse uitje ging vandaag naar Nijmegen waar de Vierdaagsefeesten worden gehouden. Even kijken wat daar ’s middags zoal te beleven was.
We besloten de auto te nemen. We parkeerden op een transferium aan de rand van de stad en reden met een pendelbus naar het centrum. Veel wandelaars, Waalkade, reuzenrad, Radio Veronica, stripboekenspeciaalzaak, spiritueel winkeltje, jazzbandje, kerk in en uit. Er was van alles te doen, maar toch moest je waarschijnlijk de nodige alcohol tot je nemen om echt in het feestgedruis op te kunnen gaan.
Aan het eind van de middag besloten we weer naar huis te gaan. Appie moest immers ook uitgelaten worden. We liepen naar de halte waar pendelbussen naar de transferia West en Lent vertrokken. Echt goed georganiseerd was het niet, want voor ieder busje dat naar onze parkeerplaats reed, vertrokken er zes naar de andere. Onze kant op reden alleen busjes die acht passagiers konden vervoeren, terwijl er in de andere richting ook touringcars reden.
Eventjes kun je daar wel om lachen, maar een uur later zie je daar de humor niet meer zo van in. Zeker als er bussen leeg naar het ene transferium rijden, terwijl er voor ons maar geen busjes wilden stoppen. Het leek vrij eenvoudig op te lossen. Laat een lege bus dan naar de andere parkeerplaats rijden. Maar dat kon natuurlijk zomaar niet. Gelukkig is Anton op dit moment halverwege een boek over ‘Positief denken’ en toen hij zijn energie losliet op de chauffeur zag die gelukkig toch nog het licht.