www.wereldpeer.nl

De wereld is een peer

Archive for oktober 2007


Clean Break

BonsaiVandaag geen woensdagelijks uitje. Anton voelt zich nog steeds niet helemaal lekker en heeft gisteren bloed laten prikken. Daarom deed hij het rustig aan.
Zelf greep ik de gelegenheid aan om wat kleine klusjes op te pakken, maar eerst wilde ik nog even naar de binnenstad. Een beetje winkelen en een paar dvd’s kopen. Terug thuis besloot ik het toilet een beurt te geven. Het kleinste kamertje was iets van zijn vertrouwde frisse geur kwijtgeraakt.
De esdoorn voor ons huis, waaronder onze auto altijd geparkeerd staat, heeft ondertussen het grootste deel van zijn bladerkroon verloren. Daardoor had het eindelijk zin om de plakkerige laag die zich op onze wagen had gevormd, te lijf te gaan. Met mijn emmertje sop en een grote spons ging ik aan de slag. Dat viel nog niet mee. De aanslag liet slechts moeizaam los en overal kwam ik de gevleugelde zaadjes tegen.
Toen onze auto weer in volle glorie stond te blinken, besloot ik ook nog maar even het tuinpad te vegen. Omdat er steeds minder loof valt, heeft dat eindelijk weer zin.
Als je zo voor het huis aan het werk bent, is dat de ideale manier om contact te leggen met je buurtgenoten. Een buurvrouw vroeg lachend of ik ook niet even haar auto kon doen. Een bewoonster die haar hond uitliet, maakt een praatje over onze Appie. Ze vond dat onze Franse bulldog heel democratisch naar iedereen blaft. Ik legde uit dat hij verder wel heel lief is. “Hij heeft het maar getroffen met jullie”, reageerde ze. Wij ook met hem, hoor.

Vals Licht

StenenNu het vroeger donker wordt, is ook weer de tijd aangebroken van de bijna-aanrijdingen. Meestal veroorzaak ik die zelf -bijna- maar deze keer was ik volkomen onschuldig.
De korte dagen, de vallende bladeren en het miezerige weer maken het er ook niet gemakkelijker op. Ik had nog geen idee van het naderende onheil met mijn handtas toen ik gisteren van de supermarkt naar huis reed. Ik had het parkeerterrein nog niet verlaten toen een collega- automobilist al te enthousiast zijn vak wilde verlaten. Ik kon nog net op tijd stoppen en de andere bestuurder leek behoorlijk geschrokken.
Ik was allang blij dat het goed was afgelopen. Ik geef grif toe dat ik zelf ook al een paar keer bijna in de fout ben gegaan. Parkeerterreinen zijn wat dat betreft gevaarlijke plekken. Auto’s komen van alle kanten terwijl boodschappentassen omvallen en zo je aandacht opeisen.
Gelukkig vallen auto’s nog behoorlijk op. Riskanter wordt het als er fietsers in het spel zijn. Zonder verlichting zijn ze deze tijd van het jaar vrijwel onzichtbaar. Zelf hebben ze bovendien nauwelijks in de gaten hoe onveilig ze tussen al dat verkeer zijn.
Vroeger wilde ik ook nog wel eens zonder voor- of achterlicht rondfietsen, maar sinds ik mijn rijbewijs heb, besef ik hoezeer ik dan met mijn leven speel. Ik moet niet vergeten dat ik morgen een afspraak maak met de fietsenmaker. Gelukkig staan hier twee rijwielen in de berging. Als de ene weer eens geen licht heeft, pak ik gewoon de andere. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Verloren zijn we niet

StenenHet is altijd weer even wennen, die omschakeling van zomer- naar wintertijd. Toch heeft het wel iets gezelligs als het zo vroeg donker wordt.
Gisteren ging het bijna mis. Ik had middagdienst en moest om kwart over drie beginnen. Ik stond al klaar om te vertrekken, maar wilde eerst nog iets opzoeken in mijn computer. Gelukkig geeft die automatisch de juiste tijd aan. Ik was het zelf helemaal vergeten. Zo kon ik dus lekker nog een uur languit op de bank.
Vanmorgen was ik veel te vroeg wakker, maar dat kwam vooral doordat mijn man naar bed kwam nadat hij vannacht op de bank in slaap was gevallen. Het was wat lichter dan de afgelopen dagen, maar die winst is over een paar weken alweer ruimschoots verspeeld.
Toen ik vanavond na mijn werk nog even snel boodschappen ging doen, was het al hartstikke donker. Gecombineerd met het miezerige weer, kreeg ik een echt decembergevoel. Ik besloot een bos tulpen mee te nemen voor Anton die zich nog steeds niet helemaal jofel voelt. Toen ik thuis alle tassen naar binnen sjouwde, concludeerde ik dat ik mijn schoudertas in het boodschappenwagentje had laten liggen.
Ik reed snel terug naar de winkel en vroeg of iemand mijn tas had gevonden. Het meisje achter de balie bouwde de spanning effectief op. Ze kon eerst niets vinden. Pas toen een caissière zei dat er wel degelijk wat was afgegeven, leverde haar zoektocht resultaat op. Weer typisch iets voor mij, zo’n actie. Het zal wel aan het vallen van de bladeren liggen.

Dertig zilverlingen

Het hertZo zat ik dus met vijftien drankmuntjes in mijn maag. Dertig euro waard, maar door de eigenaar van de disco ongeldig verklaard. Daar kan ik niet om lachen.
Ik vind het ook maar een rare gang van zaken. Zo’n horecabaas dwingt je om muntjes te kopen, want je kunt aan de bar niet met geld betalen. Vervolgens maakt hij je je geld afhandig door ineens een andere kleur penningen in te voeren.
Voordat ik gisteravond met ‘mijn vrouw’ Mariëlle op stap ging, had ik er een discussie over met Anton. Hij vond dat ik moest proberen mijn geld terug te krijgen. “Jij moet hoognodig wat mondiger worden”, zei hij. “Je laat mensen veel te gemakkelijk over je heen lopen.” Ik beloofde dat ik mijn best zou doen.
Met Mariëlle en een broekzak vol muntjes vertrok ik gisteravond naar het uitgaansgebied. Bij de garderobe zag ik dat de rode penningen vervangen waren door zilveren exemplaren. “Kan ik de oude munten nog gebruiken?”, vroeg ik aan het meisje van de jassen. “Nee”, antwoordde ze, “al een paar weken niet meer.” Ik besloot dan toch maar de zilveren opvolgers te kopen. We moesten toch wat drinken.
Verontwaardigd liep ik naar de bar en bestelde ik twee biertjes. Maar ik wilde wel opheldering. “Waarom zijn die muntjes eigenlijk vervangen?”, vroeg ik de barman. Hij moest me het antwoord schuldig blijven: “Maar de rode accepteren we ook nog.” Aan het eind van de avond had ik nog een broekzak met zilveren penningen over. Benieuwd of dat nog de gangbare kleur is als we weer eens gaan stappen.

The Deer Hunter

HerfstMijn vader is vandaag jarig. 77 wordt hij alweer. Maar voordat ik op verjaardagsvisite kon gaan, had ik eerst nog een afspraak bij de kapper.
Het was alweer bijna twee maanden geleden dat ik mijn haar onder handen had laten nemen door onze bevriende kappers Ton en Jos. Dat betekende dat mijn geblondeerde lokken moesten worden bijgepunt en dat de uitgroei moest worden geverfd.
Ik meldde me om halftwaalf en om twee uur stond ik weer buiten. Dat geeft niet, want een bezoek aan Ton en Jos is altijd een feestje. Bovendien verlaat je hun zaak nooit met lege handen. Ze zijn op dit moment hun pand aan het verbouwen en ze hadden een opgezet hert over. Anton had daar wel belangstelling voor. Het zou dus zomaar kunnen dat we straks een echte hinde onderdeel uitmaakt van een of ander kersttafereel in ons huis.
Daarna was het tijd om naar mijn pa te rijden. Omdat het altijd moeilijk is om hem ergens gelukkig mee te maken, had ik een speeltje voor zijn hond meegebracht. Het was er gezellig druk. Ooms en tantes, buren en oude vrienden. Er zat zeker voor duizend jaar binnen.
Om zes uur moest ik alweer naar huis, want ‘mijn vrouw’ Mariëlle komt vanavond op bezoek. Het is de bedoeling dat we weer eens ouderwets gaan stappen. Het is alweer veel te lang geleden dat we samen in de Eindhovense gayscene zijn gedoken. Zo lang zelfs dat de muntjes van de plaatselijk homodisco niet meer geldig schijnen te zijn. Dat is jammer want ik heb nog een hele stapel liggen. Een heus drankprobleem.

The Office

HerfstTijdens ons rondje langs de tuincentra stopten we ook even bij een bouwmarkt. We kwamen naar buiten met een bureautje met twee klapstoeltjes. Bijna voor niks.
Anton wilde al een tijdje een bureautje waar hij met zijn laptop aan kon werken. We zagen een werktafeltje met twee klapstoeltjes. Precies wat hij zocht.
Alles zat in een grote doos. De klapstoeltjes bleken een kwestie van uitklappen, maar het bureau moest nog in elkaar gezet worden. Ik zette Anton af in de binnenstad en wilde hem verrassen. Ik dacht: dat doe ik wel even, want het leek helemaal niet zo moeilijk.
Bij de tweede schroef ging het al mis. De eerste leverde geen enkel probleem op, maar de tweede kreeg geen vat. Het leek wel alsof de schroefdraad dol was. Ik voelde me dan ook erg dom toen ik merkte dat ik de bout de verkeerde kant op draaide.
Na deze overwinning ging alles als een trein. Tot de laatste poot die met twee bouten onder het werkblad bevestigd moest worden. Dat leek een peulenschil, maar het metaal met de openingen voor de schroeven bleek verbogen.
Juist op dat moment belde mijn man. Ik vertelde wat ik aan het doen was. Ik vertelde dat alles vlotjes verliep met uitzondering van die laatste schroef. Anton wilde enthousiast vertellen wat hij allemaal nog gekocht had, maar kortaf bitste ik hem toe dat het me met één hand nooit ging lukken. Ik word namelijk altijd een beetje snibbig als iets me niet lukt. Toen Anton thuiskwam was alles al vergeten. Hij is erg blij met zijn nieuwe werkplek.

Ball & Chain

HerfstHet was alweer een tijdje geleden dat we ons woensdagelijkse uitje hadden kunnen nuttigen. Anton is nu grotendeels hersteld en gisteren besloten we een rondje te maken langs een aantal tuincentra.
Niet voor tuinplanten of gereedschap, maar de eerste kerstshows zijn alweer gesignaleerd. Mijn man ik laten ons graag meeslepen door de feestdagen en om alvast een beetje in de stemming te komen besloten we een aantal handelaren in kerstprullaria te bezoeken.
We nemen heel dat decembercircus echter wel met een flinke korrel zout. We vinden het leuk om in oktober al te zien wat dit jaar ons aan nieuwe trends gaat brengen, maar kopen is er wat ons betreft niet bij. Je slaat stijl achterover van wat ze voor die rommel durven te vragen. We zagen kerstbomen van vijfhonderd euro en verlichtingssnoeren van meer dan honderd euro. En toch zie je nu al mensen met stapels kerstballen naar buiten sjouwen.
Anton en ik vinden al die kerstrommel geweldig, maar het moet geen geld kosten. In plaats van bij de tuincentra kopen wij liever bij de drogisterijen en discountwinkels. Dure kitsch blijft immers kitsch en dan kun je beter goedkoop je slag slaan.
Ideaal is ook de periode tussen kerst en nieuwjaar. De meeste winkels willen dan alweer ruimte maken voor paastakken en pinksterbloemen en geven de lampjes en slingers bijna gratis weg. Op die manier hebben we hele dozen gevuld en die wachten nu keurig tot Anton of ik de kerstkolder in de bol krijgt. Het zal wel weer eind november worden.

Lieve Mona

Beer rust uitAls je zoals ik al een paar jaar blogt, word je vanzelf een autoriteit als het over bepaalde onderwerpen gaat.
Zo ben ik de enige op het hele internet die ooit heeft geschreven over de trieste lotgevallen van Marie-Louise Zune. Tijdens onze vakantie in de Ardennen, stuitten wij op dit moordmysterie uit de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien heb ik daar een stuk of tien logjes aan gewijd en als je met Google op de naam van het veel te jong gestorven meisje zoekt, eindigt mijn website fier bovenaan. Op die manier kreeg ik ook mailcontact met haar nicht die nog steeds de ware toedracht van haar dood probeert te achterhalen.
Jaren geleden had ik enkele negatieve ervaringen met de Blokker. Een dvd-speler gaf een blokkerig beeld. Wel toepasselijk maar niet handig. Een radio/cd-speler weigerde schijfjes af te spelen. “Blokker is een kutwinkel”, schreef ik in een vlaag van wanhoop. Nog steeds als je op deze kreet, kom je bij mijn site uit.
Maar soms blijk je ook deskundig te zijn op gebieden waarvan je het helemaal niet verwacht. Zo ontdekte ik deze week in mijn statistieken dat ik ineens bezoekers kreeg vanaf Aambeien.startpagina.nl. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, dus ik ging op onderzoek uit. Ze blijken mijn weblog daar sinds kort gelinkt te hebben omdat ik lang geleden twee stukjes heb gewijd aan een mijn eerste en enige -afkloppen- aambei.
Zonder er enige moeite voor te hoeven doen, heb ik dus een nieuwe doelgroep aangeboord. Voor al uw aambeiproblemen, vraag het aan Peer.

Merry-Go-Round

Herfst“Is de post geweest?”, vroeg ik gisteren aan mijn man. “Ja,” antwoordde hij, “een kaartje. Het ligt bij de voordeur, maar ik snap niet wat er de bedoeling van is.”
Mijn pogingen om de brievenbusspam in te dammen, zijn duidelijk nog geen succes. Foldertjes en huis-aan-huisbladen vind ik wel leuk en wij hebben dan ook geen sticker op de brievenbus. Maar, zoals ik enkele dagen geleden al schreef, van post voor voormalige bewoners word ik niet vrolijk.
Brieven voor onze voorgangers gaan dan ook niet bij het oud papier, maar steevast terug in de brievenbus: “Retour afzender. Verhuisd.” Op enkele uitzonderingen na is deze opzet geslaagd, maar de werkgever van de voormalige man des huizes blijft steevast het personeelsblad naar ons huis sturen.
Ik probeerde te analyseren waar dat aan kon liggen. Het blad zat verpakt in doorzichtig plastic met een los briefje erbij waar het adres op stond. Normaal gesproken schreef ik mijn commentaar op het omhulsel, maar kennelijk was dat niet duidelijk genoeg.
Daarom had ik een andere manier bedacht. Ik haalde het briefje uit de verpakking en plakte het op zo’n gratis ansichtkaart die geregeld in de tv-gids geplakt zit. Ik schreef er duidelijk op dat het kaartje terug moest naar de afzender, maar blijkbaar niet duidelijk genoeg. Gisteren lag het kaartje namelijk weer bij ons op de mat. Op die manier krijg je de foute post dus zelfs twee keer. Geen wonder dat Anton het niet begreep. Ik was allang blij dat er geen kaartje met strafport aan hing.

Huevos de Oro

HerfstDeze keer was het mijn beurt om ons vriendenuitje te organiseren. Eigenlijk was ik iets anders van plan, maar omdat dat niet gelukt was, gingen we deze keer heel traditioneel bowlen.
Maar we begonnen met een kraamvisite. We verzamelden ons bij Diana en Johan om naar hun Jasmijn te kijken. Het was een erg lief kind en mooi ook. En we kregen beschuit met muisjes toe.
Daarna reden we in colonne naar de megabowling. Wist je trouwens dat bowlen precies anderhalf uur leuk is? Een uur is te kort en twee uur is te lang. Helaas kun je de banen alleen per uur huren.
Voor mij kwam het overigens wel goed uit, dat we er twee uur voor hadden uitgetrokken. Ik moest namelijk heel erg op gang komen. Het eerste potje speelde ik helemaal niets klaar. De meeste ballen belandden in de goot, maar dat heeft iedereen wel eens meegemaakt. Bij mij bleef het daar echter niet bij. Ik nam een atletische aanloop. Ik bewoog mijn arm sierlijk naar achteren en liet de bal op dat moment los. Mijn medebowlers moesten dekking zoeken om niet geraakt te worden.
Gelukkig ging het tijdens het tweede en het derde potje al wat beter. Toen ik eenmaal in de gaten had dat ik geen al te zware ballen moest nemen en dat de gaten groot genoeg moesten zijn voor mijn dikke vingers, trof ik zowaar enkele keren doel.
Het nadeel van sporten is dat er ook altijd iemand moet verliezen. Als organisator heb ik die ondankbare taak maar op me genomen.

Poltergeist

HerfstMeestal sta ik met beide benen op de grond. Ik bekijk het leven met nuchtere blik en probeer al mijn beslissingen goed te beredeneren.
Mijn man is een stuk spiritueler ingesteld. Je heeft maar even naar zijn weblog te kijken om te zien dat Anton vaak een andere insteek kiest. Hij legt tarotkaarten. Hij richt het huis in volgens feng shui. Hij is overtuigd van het bestaan van engelen en gidsen. Misschien passen we daarom zo goed bij elkaar. Yin en Yang en zo.
Maar tegelijk geloof ik ook wel dat er ‘meer’ is. Wat weet ik niet precies. Of dat nou een leven na de dood is of dat je geest als een vorm van energie overblijft. Het zou allemaal kunnen.
Waarom ik hierover begin? De laatste tijd heb ik al een paar keer dat ik een aanwezigheid voel in ons huis. Het gebeurt als Anton er niet is. Dan zit ik op de bank of ben ik mijn dingetjes aan het doen en dan zie ik mijn ooghoek een schim bewegen. Als ik dan kijk om te zien wat het is, is het alweer verdwenen. Nu ben ik natuurlijk wel zo nuchter dat je ooghoek niet het beste middel is om iets mee waar te nemen. Ik overtuig mezelf daarom dat het wel niets geweest zal zijn. Een illusie.
Maar nu is ’s avonds de buitenlamp in de achtertuin al een paar keer aan gegaan. Die heeft een sensor en reageert op beweging. Als ik ga kijken is er niets. Geen kat van de buren, geen blaadjes in de wind. Of toch een vorige bewoner?

La Haine

HerfstIn de serie kleine irritaties waaraan ik mij desondanks ongelofelijk over kan opwinden, wil ik het vandaag hebben over post voor de vorige bewoners.
Mijn man en ik wonen nu ruim veertien maanden op ons nieuwe adres. Toen wij ging verhuizen heb ik alle familie, vrienden en bekenden een kaartje gestuurd. Ook alle bedrijven en instanties waar we mee te maken hadden, kregen ruim op tijd een verhuisbericht. Op die manier hoopte ik te voorkomen dat de koopster van onze flat opgezadeld zou worden met post die eigenlijk voor ons bestemd was.
De vorige eigenaren van ons huis dachten daar duidelijk anders over. Maanden nadat we hier waren ingetrokken, kregen we nog brieven van gemeente, bank en werkgevers die kennelijk geen nieuw adres hadden ontvangen. Zelfs hun verkeersboetes en oproepkaarten voor verkiezingen kwamen bij ons terecht.
Eerst bewaarden we die brieven keurig en brachten we ze naar de overburen, waar de vorige bewoners nog geregeld over de vloer kwamen. Na verloop van tijd pleurde ik alles terug in de brievenbus: “Retour afzender. Verhuisd.” Kennelijk was dat de enige manier om deze poststroom in te dammen.
Ondertussen krijgen we nog maar heel af en toe brieven die niet voor ons zijn. Vandaag was het weer zo ver. Het personeelsblad van zijn werk. Natuurlijk kan ik die gewoon weggooien, maar dat doe ik niet. Ik wil namelijk geen post die niet voor ons is. Ik zal overwinnen. Uiteindelijk zal ook dat bedrijf moeten erkennen dat hun werknemer hier niet meer woont.

Blue Movie

HerfstkransIk ben nog steeds erg blij met onze beamer. Met een colaatje en een zak chips erbij is het net alsof je in een bioscoop zit.
Toch gaat er niets boven een echte filmzaal. Zeker tijdens de vroege voorstelling, want dan hoef je dat megascherm doorgaans maar met een paar mensen te delen en met wat geluk heb je af en toe zelfs een privévertoning. Gisteren mocht ik van alle driehonderd stoelen de beste uitkiezen. Toen de reclame begon, was ik nog helemaal alleen. Helaas druppelden er daarna nog enkele vroege vogels binnen.
Toen de trailers al aan de gang waren, volgde er nog een jong stelletje. Ik schatte hen een jaar of achttien. Hij: gemaakt stoer. Zij: model bimbo. Ze gingen een paar rijen voor me zitten. Kennelijk voldeed die plek echter niet. Ze stonden op en zochten een plekje dichter bij het scherm en verder van de overige bezoekers.
Toen de film begon, kroop zij wat dichter tegen haar vriendje aan. Wat leuk, zo’n verliefd stel, dacht ik nog, totdat ik haar hoofd zag verdwijnen. Wat doet ze nu? Daar zit zijn schouder helemaal niet. Ik weet niet of het aan mijn zieke geest lag, maar volgens mij waren die twee bezig met hun eigen voorstelling.
Niet veel later zaten ze allebei weer keurig rechtop, maar kennelijk kon de film niet echt boeien, want de jongen kreeg nog een toegift. Toen ze tijdens de aftiteling de zaal verlieten, wilde ik zeker weten of ik gezien had wat ik dacht, maar ik kon haar niet betrappen op een Cameron Diaz-lok. Wel op een brede grijns.

What Not To Wear

HerfstkransKleding herinnert soms aan een ver verleden. Als een broek of trui versleten is, betekent dit soms ook dat je een tijdperk achter je hebt gelaten.
Ik werd hier nog eens uitdrukkelijk mee geconfronteerd toen ik vandaag een T-shirt moest weggooien. Tot op de draad versleten met rafels in de hals en overal gaten. Ik heb de levensduur nog even kunnen rekken door mezelf voor te houden dat dat tegenwoordig mode is, maar het shirt had onvermijdelijk zijn langste tijd gehad. Met pijn in het hart heb ik het weggedaan.
Het was een felgeel concertshirt van de Engelse folkrockband The Levellers. Grappig genoeg stond er een jaartal op. Ik heb het in 1994 gekocht toen ze optraden op het Belgische festival Pukkelpop. 27 was ik toen. Ik bezocht nog met grote regelmaat concerten en festivals. Dat is nu veel minder. Niet alleen omdat alles zo duur geworden is, maar ook omdat ik ondertussen een oudere jongere ben die het wat rustiger aan wil doen. Met het weggooien van dat shirt lijkt bijna een tijdperk afgesloten.
Maar niet helemaal. Sporadisch ga ik nog wel eens naar optredens. Twee folkfestivals staan nog steeds vast op het programma. Bovendien heb ik mijn T-shirt van Torhout-Werchter nog. Die combinatie bestaat allang niet meer. “1997″ staat op het hemd. Ik was toen net dertig, een mijlpaal die ik me nauwelijks nog voor de geest kan halen. Het shirt is nog ongehavend en kan nog wel een tijdje mee. Zo heb ik toch nog iets om aan vast te houden.