Picture Perfect

Ik heb er altijd al een hekel aan gehad als ik pasfoto’s moest laten maken. Rijbewijs, paspoort, identiteitskaart… die strip van vier fotootjes was altijd sneller op dan je wilde.
En dan moest je weer naar de fotograaf. Dat geforceerde poseren vond ik altijd het ergste. Een beetje schuin zitten, in de camera kijken en vriendelijk lachen. Op een of andere manier keek ik bijna altijd boos op mijn pasfoto’s. Alsof ik altijd chagrijnig door het leven ging, maar dat was nu eenmaal mijn standaard gezichtsuitdrukking. En als ik dan een keer lachte, was het meteen weer zo’n overdreven grijns.
Daarom stelde ik het altijd zo lang mogelijk uit. Maar als je maar lang genoeg wacht, wordt het uiteindelijk onvermijdelijk. De gemeente heeft hier sinds een tijdje een stadspas, waar een foto op moet. En ik wilde een kortingspas van het plaatselijke filmhuis en ook daar willen ze kunnen zien hoe je eruit hoort te zien.
Dus toch maar weer een keer langs bij de fotograaf. Daar bleek dat de regels ondertussen veranderd zijn. Vroeger moest je lachen. Tegenwoordig mag dat niet meer. Dus geen kunstmatige blik meer, maar gewoon mijn hoofd zoals het is. Ik doe dus niet meer alsof, maar ze accepteren me maar zoals ik ben: Puur Peer. Tegenwoordig moeten ook je oren op de foto staan. Zijn die flappers van mij meteen niet meer zo’n probleem. De pasfoto’s passen zich tegenwoordig aan aan mij, in plaats van omgekeerd.













Peer (43) over zijn leven, zijn man, zijn werk en de wereld